Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Reikwijdte van het ondermandaat

Onderdeel van APV Amsterdam

1.. De functionaris die ondermandaat krijgt voor het uitoefenen van een bevoegdheid is -voor zover niet al uitdrukkelijk in het register opgenomen- met betrekking tot die bevoegdheid tevens bevoegd tot: het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidingshandelingen het voeren van correspondentie het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard het ondertekenen van de betreffende stukken het voldoen aan publicatieverplichtingen; het verdagen (verlengen)  c.q. opschorten  van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het mandaatregister het beslissen op ingebreke stellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Algemene wet bestuursrecht; overige direct met de gemandateerde bevoegdheid samenhangende handelingen het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen 2.. De mandaatverlening omvat tevens de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in het bij dit ondermandaatbesluit behorende register, te weigeren, in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het mandaatregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt. 3.. Voor zover het in ondermandaat genomen besluit een rechtshandeling betreft met financiële gevolgen dient de gemandateerde te zijn aangewezen als budgethouder bij of krachtens de Budgethoudersregeling en overstijgt de waarde van de rechtshandeling niet het bedrag dat in het algemeen voor de betreffende functie of in het bijzonder voor de betreffende functionaris is vastgesteld bij of krachtens de Budgethoudersregeling; 4.. Van het ondermandaat dat op grond van dit register aan een functionaris van buiten de stadsdeelorganisatie is toegekend, mag slechts gebruik worden gemaakt voor zover de bevoegdheid in het kader van de uitoefening van werkzaamheden voor het stadsdeel wordt toegepast; 5.. De functionaris die ondermandaat krijgt voor het uitoefenen van een bevoegdheid, is niet gerechtigd deze uit te oefenen indien hij tevens belanghebbende is. 6.. De stadsdeelsecretaris, Rve-managers en directeuren wordt het toegestaan aan hen gemandateerde bevoegdheden verder onder te mandateren. 7.. het ondermandaat mag niet uitgeoefend worden als de (onder)mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen.