Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Voorwaarden, draagkracht en toekenning

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en Aalsmeerpas gemeente Aalsmeer

1.. Voor individuele bijzondere bijstand komt in aanmerking de belanghebbende met: een minimuminkomen en een bescheiden vermogen, of een inkomen boven het minimuminkomen en bescheiden vermogen voor zover de kosten zijn draagkracht te boven gaan. 2.. Voor individuele bijzondere bijstand, wordt voor de draagkracht meegenomen, tenzij hiervan in deze beleidsregels uitdrukkelijk wordt afgeweken: 30% van het inkomen boven het minimuminkomen, en het volledige vermogen boven het bescheiden vermogen. 3.. Bij de berekening van de draagkracht wordt de eventuele individuele inkomenstoeslag van belanghebbende buiten beschouwing gelaten, tenzij hiervan in deze beleidsregels uitdrukkelijk wordt afgeweken. 4.. De draagkracht wordt berekend voor een periode van vierentwintig maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de eerste kosten zijn gemaakt. 5.. In afwijking van het vierde lid wordt voor belanghebbenden die minimaal de pensioengerechtigde leeftijd hebben en voor belanghebbenden zonder arbeidsperspectief de draagkracht eenmalig vastgesteld, onder de voorwaarde dat deze personen wijzigingen in het inkomen en vermogen doorgeven. 6.. Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn gemaakt. 7.. De berekende jaardraagkracht wordt volledig aangewend. 8.. Indien de bijstand voor eenmalige kosten in de vorm van leenbijstand wordt verleend komt de draagkracht tot uitdrukking in de hoogte van het aflossingsbedrag. 9.. Bij een wijziging in de vastgestelde financiële situatie tijdens een draagkrachtperiode wordt de vastgestelde draagkracht uit inkomen of vermogen herberekend en getoetst aan het eerste en tweede lid. Indien niet meer wordt voldaan aan deze criteria wordt het recht ingetrokken en beëindigd.

Rechtspraak bij dit artikel