1.Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen
in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat
voorstel naar voren te brengen.
2.Dit overleg vindt plaats uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het
vast te stellen programma betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden tenminste vier
weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip
van het overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel.
3.De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor het overleg hun
zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
overleg van deze zienswijzen in kennis.
4.Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren
gebrachte zienswijzen. De overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de reactie van
het college hierop worden opgenomen in het verslag. Het verslag wordt binnen een maand na het
overleg toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.
5.Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen
over het conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de
onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de
relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de vrijheid van richting en inrichting.
Het verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen in het verslag,
bedoeld in het vierde lid.
6.Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Het college
zorgt ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het beoordelen van het
verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in het vierde lid.
7.Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door
het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of meer
inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde
gezagsorganen door het college bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd voor
een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over
het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is.
Het college geeft dit aan bij het toezenden van het afschrift van het advies.
8.Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen vier weken nadat het advies van de
Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een
verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde lid.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 9.
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening Huisvesting Onderwijs gemeente Pekela 2015