Voordat de uitkering wordt verlaagd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Hiervan kan worden afgezien als:
de belanghebbende zijn zienswijze al eerder kenbaar heeft gemaakt en er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden; of
binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de inlichtingenplicht; of
het horen niet nodig is voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.1:
Artikel 25:
Horen van belanghebbende(n)
Onderdeel van De raad van de gemeente Baarle-Nassau,