Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: Algemene bijstand: de bijstand zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel b, PW; Bbz: het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004; Belanghebbende: de alleenstaande, alleenstaande ouder of het gezin dat recht heeft op een uitkering, dan wel een voorziening in het kader van de wet; Benadelingsbedrag: het bedrag dat ten onrechte teveel is of wordt verleend als uitkering; Bijstandsnorm: de toepasselijke norm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, PW; Bijzondere bijstand: de bijstand zoals bedoeld in artikel 5, onderdeel d, PW; Diagnose: een onderzoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt van een uitkeringsaanvrager of belanghebbende, dat wordt verwerkt in een plan van aanpak. Indien noodzakelijk wordt een nader onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden en beperkingen uitgevoerd, eventueel door een externe deskundige, teneinde een plan van aanpak vast te stellen; Doelgroepregister: het Doelgroepregister Wet banenafspraak; Doelgroep re-integratie: personen aan wie op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, PW, of op grond van artikel 36 IOAW, of op grond van artikel 36 IOAZ door de gemeente ondersteuning bij de re-integratie kan worden geboden; Duurzame arbeidsinschakeling: algemeen geaccepteerde arbeid die over een periode van ten minste zes maanden wordt verricht en waar geen voorziening aan verbonden is in de vorm van loonkostensubsidie; Flankerende voorziening: een voorziening, waarvan de inzet een randvoorwaarde is voor de belanghebbende voor deelname aan re-integratievoorzieningen en nakoming van de arbeidsverplichtingen, waaronder schulddienstverlening en kinderopvang; Grondslag: de uitkeringsnorm zoals bedoeld in artikel 5 IOAW en artikel 5 IOAZ; Inlichtingenplicht: de verplichting om op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk is dat deze van invloed kunnen zijn op de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand; IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Loonkostensubsidie: de subsidie op de loonsom die het college kan verstrekken aan een werkgever om een werknemer met een verminderde loonwaarde vanwege een beperking al dan niet tijdelijk in dienst te nemen; Mantelzorg: langdurige zorg, gedurende 8 uur of meer per week, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; Medewerkingsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de noodzakelijk geachte voorziening, aan een onderzoek naar het recht op uitkering, eventueel via een huisbezoek, als ook naar de voortgang van een re-integratietraject; Participatie: het naar vermogen meedoen in de samenleving door onder andere het verrichten van betaald regulier of gesubsidieerd werk, het volgen van scholing, het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten of een tegenprestatie; Participatiepartner: re-integratiebedrijf, werkgever of maatschappelijke partner, waarmee de gemeente samenwerkt in het kader van de wet; Plan van aanpak: een plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 44a PW of een trajectplan; PW: de Participatiewet; Recidive: hiervan is sprake wanneer een belanghebbende zich binnen 12 maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde categorie, dan wel hetzelfde artikel, zoals genoemd in deze verordening dan wel in de wet. Alleen bij de boete is de recidiveperiode vastgesteld op 5 jaar; Re-integratieverplichting: de verplichting om gebruik te maken van een voorziening gericht op inschakeling in of het verkleinen van de afstand tot de arbeid, waaronder begrepen begeleiding naar maatschappelijke participatie en het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en/of de geschiktheid voor scholing of opleiding; Screening: een onderzoek naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt van een uitkeringsaanvrager, dan wel een belanghebbende, dat wordt verwerkt in een plan van aanpak; Tegenprestatie: onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten die worden verricht, eventueel naast of in aanvulling op beloonde arbeid, en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. De werkzaamheden hoeven niet te leiden tot het versterken van het arbeidsperspectief en dienen als wederdienst voor de ontvangen uitkering; Uitkering: in de context van deze verordening wordt verstaan onder uitkering de bijstandsuitkering op grond van de PW of de uitkering op grond van de IOAW of IOAZ; Uitkeringsgerechtigde: een persoon die uitkering ontvangt ingevolge de PW, IOAW of IOAZ; UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; Verdiepende diagnose: een nader onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden en eventuele beperkingen, uitgevoerd door een deskundige, wanneer de diagnose hier aanleiding toe geeft en waarvan de uitkomst wordt verwerkt in het plan van aanpak; Verlaging/maatregel: het verlagen van de bijstand of grondslag op grond van artikel 18, tweede lid, PW of artikel 20, tweede lid, IOAW of artikel 20, tweede lid, IOAZ; Verminderde loonwaarde: hiervan is sprake wanneer een persoon vanwege een beperking niet in staat is het wettelijk minimum uurloon te verdienen; Verrekenen: de verrekening zoals bedoeld in artikel 60, vierde lid, PW, dan wel artikel 28, zevende lid, IOAW of artikel 28, zevende lid, IOAZ; Voorziening: een door het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op inschakeling in de arbeid of zelfstandige maatschappelijke participatie waaronder begrepen een onderzoek naar de belastbaarheid en de noodzaak tot inzet van loonkostensubsidie; Waarschuwing: het besluit waarin afgezien wordt van het opleggen van een maatregel of boete, maar waarin wel wordt bevestigd dat er sprake is van het verwijtbaar niet nakomen van verplichtingen; Wachttijd: wettelijk bepaalde periode van vier weken waarin de belanghebbende, jonger dan 27 jaar, verplicht is zelf op zoek te gaan naar werk en om de mogelijkheden van regulier onderwijs te onderzoeken. Pas hierna wordt de aanvraag ingediend en het recht op inkomensondersteuning en ondersteuning naar participatie onderzocht; Wet: de PW, IOW, IOAZ en Bbz tezamen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel