Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 10.

Instrumenten rondom of tijdens de vergaderingen:

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Breda omtrent de spelregels van de gemeenteraad ‘Spelregels gemeenteraad Breda’

MOTIE Ieder raadslid kan tijdens de beraadslaging van een plenaire debatraad over een aan de orde zijnd onderwerp, schriftelijk en ondertekend, een motie indienen die op dat onderwerp betrekking heeft. De indiener van een motie krijgt van de voorzitter tijd voor een beknopte toelichting. Het is aan de voorzitter om te beoordelen wat beknopt is. De voorzitter kan, als er een motie is ingediend, over het onderwerp dat aan de orde is een extra spreektermijn toevoegen als hij dat voor de behandeling nodig vindt. De indiener kan een motie intrekken totdat de beraadslagingen zijn afgerond. Daarna wordt er gestemd. MOTIE VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG Tijdens de plenaire debatraad kan een raadslid een motie vreemd aan de orde van de dag indienen. De voorzitter bepaalt op welk moment van de avond dat aan de orde komt. Het lid dat de ‘motie vreemd’ ondertekend indient, krijgt kort de tijd om de motie toe te lichten. Het is aan de voorzitter om te beoordelen wat kort is. Vervolgens volgt bespreking door de raad in één spreektermijn, tenzij de raad anders beslist. Een ‘motie vreemd’ wordt vooraf verspreid zodat andere raadsleden zich kunnen voorbereiden. AMENDEMENT Ieder raadslid dat de presentielijst getekend heeft en aanwezig is bij de debatraad kan totdat de beraadslaging door de voorzitter gesloten zijn een amendement of een subamendement indienen. Amendementen en subamendementen moeten schriftelijk en ondertekend door de indiener bij de voorzitter worden ingediend tenzij de voorzitter dit niet nodig vindt omdat het om een zeer eenvoudige aanpassing van het voorliggende besluit gaat. De indiener mag zijn amendement kort toelichten, waarbij de voorzitter bepaalt wat kort is. De voorzitter kan, als er een (sub)amendement is ingediend, een extra spreektermijn toevoegen als hij dat voor de behandeling nodig vindt. Intrekken van een amendement kan totdat de voorzitter de beraadslagingen sluit. INITIATIEFVOORSTEL Een initiatiefvoorstel als bedoeld in art 147 a Gemeentewet wordt, net als andere agendapunten, via de griffie aangeleverd bij de agendacommissie. De agendacommissie kan bepalen dat het voorstel eerst behandeld wordt in een beeld- en/of oordeelsvormende sessie voordat er besluitvorming over plaatsvindt. Het college van B&W krijgt ongeacht de gekozen behandelroute altijd gelegenheid om te reageren op een initiatiefvoorstel. ORDEVOORSTEL De voorzitter en leden kunnen tijdens de raadsvergadering mondeling een voorstel van orde doen dat kort mag worden toegelicht. Zo’n voorstel kan uitsluitend gaan over de orde van de betreffende vergadering. Er wordt direct over beslist door de raad en als de stemmen staken wordt het geacht te zijn verworpen. Een lid van de raad of de voorzitter kan voorstellen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen om de leden of het college de gelegenheid te geven voor onderling beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is, de aanvrager van de schorsing legt de raad in één zin uit wat de schorsing heeft opgeleverd. SPOEDDEBAT Als een raadslid over een actueel onderwerp met andere (burger)raadsleden tot meningsvorming wil komen, kan hij tot 24 uur voor de vergadering een gemotiveerd verzoek indienen bij de agendacommissie, die het aan de agenda kan toevoegen als een extra parallelle sessie, voorgezeten door de raadsvoorzitter. Afwegingen die de agendacommissie hanteert bij de beoordeling zijn: urgentie, het kan niet wachten tot agendering op de eerstvolgende donderdagavond geen inzet van dubbele instrumenten (bv: er zijn al schriftelijke vragen over gesteld en die zijn nog in behandeling ) moet ondersteund zijn door minimaal 1/5 van het aantal raadsleden Stemming over evt. ingebrachte moties vindt plaats tijdens de maandelijkse debatraad. INTERRUPTIE Een door de voorzitter toegestane onderbreking door een (burger)raadslid van het betoog van een andere spreker. Tijdens besluitvormende bijeenkomsten in de raadzaal vindt interruptie alleen via de interruptiemicrofoons plaats. Een interruptie moet een korte vraag zijn, zonder inleiding. De voorzitter bepaalt wanneer er genoeg is gewisseld. Interruptie op een raadslid dat aan het interrumperen is, is niet toegestaan INTERPELLATIE Een bijzondere manier voor een raadslid om aan informatie te komen is interpellatie (art. 155 Gemeentewet). Tot 24 uur voor de maandelijkse plenaire debatraad kan een raadslid schriftelijk en gemotiveerd via de griffier aan de raad vragen om tijdens de vergadering het college of de burgemeester om inlichtingen te mogen vragen over een duidelijk omschreven onderwerp, dat niet op de agenda staat. De griffier brengt het verzoek direct ter kennis van college en overige raadsleden. De raad beslist op het verzoek en het tijdstip waarop de interpellatie wordt gehouden aan het begin van zijn vergadering. De voorzitter bepaalt spreektijden van interpellant, wethouders en/of burgemeester. Na beantwoording mag de interpellant nadere vragen stellen, waarna de andere raadsleden over hetzelfde onderwerp een reactie mogen geven of kort in debat mogen gaan. VRAGENHALFUUR Tijdens de maandelijkse debatraad kunnen raadsleden vragen stellen aan het college of de burgemeester. De vragen worden uiterlijk 24 uur voor de vergadering via de griffie gesteld, hebben geen betrekking op onderwerpen op de agenda en er worden geen moties aan gekoppeld in dezelfde raad als waarin de vragen gesteld worden. De voorzitter bepaalt wanneer in de vergadering het vragenhalfuur plaatsvindt. Vragen waarvoor geen tijd is, worden schriftelijk afgedaan of schuiven door naar de volgende debatraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel