Als de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist.
Daarna vindt stemming plaats over eventuele moties, subamendementen en amendementen en vervolgens over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd. Als geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt die vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
Hoofdelijke stemming: als er hoofdelijke stemming wordt aangevraagd, roept de voorzitter de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor middels loting is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. De leden doen dat door ‘voor’ of ‘tegen‘ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Als een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
Uitslag stemming: De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen.
Stemming over onderdelen besluit: Leden kunnen voorstellen een voorgestelde beslissing in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming plaatsvindt. Dit is een ordevoorstel.
Stemming over personen: Als er een schriftelijke stemming over personen nodig is bij een voordracht, voordracht of aanbeveling, benoemt de voorzitter uit de aanwezige leden drie stemopnemers, die tezamen het stembureau vormen; de eerst aangewezene fungeert als voorzitter. Het stembureau treedt ook op als in dezelfde vergadering bij andere onderwerpen schriftelijk moet worden gestemd. Ieder aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De vergadering kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat stemmingen worden samengevat op één briefje. De stembriefjes worden in een stembus verzameld.
Onderzoek stembureau: Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat verplicht is een stembriefje in te leveren. Als de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder ze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. De stembriefjes worden door de voorzitter van het stembureau geopend en voorgelezen. De inhoud van de stembriefjes wordt door de twee andere stemopnemers nagezien en door hen, onafhankelijk van elkaar, opgetekend. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
Niet behoorlijk ingevuld stembriefje: dat is een stembriefje
dat blanco is,
waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij bij stemming over meerdere personen
waarbij indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen,
waarbij op een ander persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd
Herstemming over personen: Wanneer bij eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Als ook daarbij door niemand volstrekte meerderheid is verkregen, vindt er een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen hebben behaald. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Als bij tussenstemming of bij een derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Beslissing door het lot: als het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing gaat, door de voorzitter op losse, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden door het stembureau gecontroleerd, identiek gevouwen, in de stembus gedaan en geschud. Vervolgens pakt de voorzitter één van de briefjes uit de stembus. Degene wiens naam op dit briefje staat is gekozen.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 17.