**1..** De in deze beleidsregels bedoelde kosten kunnen, voor zover zij voldoen aan de nadere bepalingen die in deze regels zijn opgenomen, worden gezien als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan die naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit het inkomen en vermogen, zoals genoemd in artikel 35, lid 1 van de wet en nader bepaald in hoofdstuk 1 van deze regels, en komen derhalve in aanmerking voor bijstandsverlening, conform de bepalingen die ter zake in de beleidsregels zijn opgenomen.
**2..** Niet noodzakelijke kosten zijn in ieder geval: alimentatie, een boete, geleden of toegebrachte schade, vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke verzekering en kosten van medische handelingen die gerekend kunnen worden tot de ontwikkelingsgeneeskunde als bedoeld in de Wet op bijzondere medische verrichtingen of wanneer zodanige medische behandelingen buiten Nederland plaatsvinden.
**3..** Voor de verstrekking van bijzondere bijstand geldt als uitgangspunt dat de meest goedkope en eenvoudige voorziening als een adequate noodzakelijke oplossing wordt beschouwd.
**4..** De bijzondere bijstand wordt verstrekt als een uitkering om niet, tenzij anders bepaald in deze beleidsregels en/of naar het oordeel van het college ten aanzien van belanghebbende omstandigheden voordoen als bedoeld in artikel 48 lid 2 van de wet.
**5..** Geen recht op bijzondere bijstand bestaat als er sprake is van een voorliggende voorziening, die gezien haar aard en doelstelling passend en toereikend kan worden geacht. Onder een voorliggende voorziening wordt tevens verstaan het eigen sociale netwerk, voor zover het inzetten daarvan mogelijk en redelijk is gezien de omstandigheden van de belanghebbende en de aard van de kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd.
**6..** Het college kan bijzondere bijstand verstrekken met het oog op de bevordering of het (uiteindelijk) bereiken van zelfredzaamheid door de belanghebbende.
**7..** Aan de toekenning van bijzondere bijstand zoals bepaald in het zesde lid kan ingevolge artikel 55 van de wet de nadere voorwaarde verbonden worden dat de belanghebbende meewerkt aan ondersteuning bij het bereiken, bevorderen, of behouden van zelfredzaamheid. Ook het in de toekomst voorkomen van de noodzaak van bijstandsverlening voor dezelfde of andere kosten, kan daarvan onderdeel uitmaken. De ondersteuning kan zowel door professionals als vrijwilligers zijn of een combinatie daarvan. De met toepassing van het zesde lid verstrekte bijzondere bijstand is in beginsel tijdelijk.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Algemene bepalingen bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregel individuele bijzondere bijstand Kerkrade 2016