Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse educatie Amsterdam 2018

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: a. ASA 2013: Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2013; b. Amsterdamse kinderen: kinderen die in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven als inwoner van de gemeente Amsterdam; c. beleidsplan: het beleidsplan "Eén voorziening voor alle Amsterdamse peuters, beleidsplan 2018-2022", vastgesteld door het college op 7 februari 2017; d. beroepskracht voorschoolse educatie: de beroepskracht voorschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; e. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam; f. doelgroepkinderen: kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die wonen in de gemeente Amsterdam met een risico op (taal)achterstand dat is vastgesteld door een jeugdarts of jeugdverpleegkundige 0-4 van het Ouder- en Kindteam; g. Elektronisch Loket VVE: een systeem waarin ieder kind dat deelneemt aan of is aangemeld voor deelname aan voorschoolse educatie wordt geregistreerd; h. gekoppelde voorschool: een voorschool die in het Electronisch Loket VVE is verbonden met één of meer vroegscholen en/of vroegschoolvarianten; i. gekoppelde vroegschool: een vroegschool die in het Electronisch Loket VVE is verbonden met één of meer voorscholen; j. groep: een vaste groep kinderen in de dagopvang, waarbinnen gelijktijdig ten hoogste zestien kinderen worden opgevangen; k. hbo'er in de voorschool: medewerker met een in de cao kinderopvang genoemd hbo-diploma of die het ‘Programma erkenning verworven competenties' succesvol heeft doorlopen en aanvullend de door de gemeente Amsterdam ontwikkelde scholing voor hbo'ers in een voorschool heeft gevolgd en wordt ingezet als coach of senior pedagogisch medewerker op de groep; l. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; m. kindercentrum: kindercentrum als bedoeld in artikel 1.1 van de wet dat is gevestigd in Amsterdam en dat is opgenomen in het landelijk register kinderopvang; n. kindvolgsysteem: een systeem waarin periodiek de voortgang van de ontwikkeling van een kind wordt geregistreerd; o. landelijk register kinderopvang: het landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; p. taakuren: uren die worden ingezetvoor indirecte werkzaamheden ten behoeve van de voorschoolse educatie. Tijdens de taakuren wordt de beroepskracht niet meegerekend bij het bepalen van de beroepskracht-kind ratio op de groep; q. ouderbetrokkenheid: activiteiten van ouders gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van het kind; r. toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 18 ASA 2013 en artikel 1.61 van de wet; s. voorschool: een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt uitgevoerd en als zodanig is geregistreerd in het landelijk register kinderopvang; t. voorschoolse educatie: voorschoolse educatie zoals beschreven in het beleidsplan; u. vroegschool: een basisschool met meer dan 10% gewichtenleerlingen krachtens de Wet op het primair onderwijs waar vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd; v. vroegschoolse educatie: vroegschoolse educatie als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet op het primair onderwijs; w. vroegschoolvariant: een basisschool met maximaal 10% gewichtenleerlingen krachtens de Wet op het primair onderwijs waar vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd; x. VVE: voor- en vroegschoolse educatie; y. wet: Wet kinderopvang z. zorgcoördinatie: het organiseren en afstemmen met externe partners van zorgverlening aan en onderzoek bij kinderen waarover zorg is.

Rechtspraak bij dit artikel