Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of
de gedraging meer dan een jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden.
Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Als het college afziet van een verlaging wordt belanghebbende hiervan schriftelijk op dehoogte gesteld.
Hoofdstuk 1
Artikel 4.
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Pekela 2017