Ingeval uit een aanvraag om vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van een varkens- en/of pluimveehouderij blijkt dat door hetgeen wordt aangevraagd:
er geen sprake is van een toename van de emissie van fijnstof;
en de advieswaarde van 30 EU/ m³ als maximale blootststellingswaarde voor endotoxine niet wordt overschreden,wordt de gevraagde vergunning verleend.
Ingeval uit een aanvraag om vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van een varkens- en/of pluimveehouderij blijkt dat door hetgeen wordt aangevraagd:
er sprake is van een toename van de emissie van fijnstof;
maar de advieswaarde van 30 EU/ m³ als maximale blootstellingswaarde voor endotoxine niet wordt overschreden,wordt de gevraagde vergunning verleend.
Ingeval uit een aanvraag om vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van een varkens- en/of pluimveehouderij waarvan de emissie de advieswaarde 30 EU/ m³ als maximale blootstellingswaarde voor endotoxine overschrijdt, blijkt dat door hetgeen wordt aangevraagd:
er geen sprake is van een toename van de emissie van fijnstof,wordt de gevraagde vergunning verleend.
Ingeval uit een aanvraag om vergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van een varkens- en/of pluimveehouderij blijkt dat door hetgeen wordt aangevraagd:
er sprake is van een toename van de emissie van fijnstof;
en de advieswaarde van 30 EU/ m³ als maximale blootstellingswaarde voor endotoxine wordt overschreden,wordt als volgt gehandeld en besloten:
In overleg met de aanvrager wordt de aanvraag omgevingsvergunning zodanig aangepast dat er sprake is van een emissie standstil voor fijnstof of een vermindering van de emissie van fijnstof. De aanvraag wordt verder in behandeling genomen en op de gebruikelijke wijze afgewerkt of
In overleg en met goedkeuring van de aanvrager wordt het (ontwerp)besluit op de aanvraag tot uiterlijk 1 september 2017 opgeschort. Daarbij wordt aan de aanvrager meegedeeld dat tussentijdse nieuwe regelgeving ertoe kan leiden dat de aanvraag (deels) geweigerd moet worden of.
Indien de aanvrager niet wenst mee te werken aan het vermelde onder a. of b. wordt de gevraagde vergunning geweigerd.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Beleidsregel Toetsingskader fijnstof-endotoxine vergunningaanvragen in de varkens- en pluimveehouderij