**1..** De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
**2..** De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
**3..** Indien de voorzitter op grond van het in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien doet hij daarvan mededeling aan:
de belanghebbenden;
het verwerend orgaan.
**4..** Tenzij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 7:3 van de wet, is het bepaalde in artikel 10 lid 4 van toepassing.
Hoofdstuk II › Paragraaf 2
Artikel 11:
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening bezwaarschriften personele aangelegenheden