**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van 48 uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar, of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad (verblijfsontzegging).
**2..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**3..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan degene aan wie eerder een verblijfsontzegging voor de duur van veertien dagen is opgelegd en ten aanzien van wie binnen zes maanden na het opleggen van dit verbod wordt geconstateerd dat hij opnieuw opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste vier weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar, of in de nabijheid waarvan de genoemde gedragingen hebben plaatsgehad.
**4..** De burgemeester beperkt de in het eerste, tweede of derde lid genoemde verboden, als dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
**5..** De burgemeester kan nadere regels stellen.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 15.
Artikel 2:78