Naar hoofdinhoud
1.. De rekenkamer bepaalt welke onderzoeken worden verricht. 2.. De jaarlijks beschikbare onderzoeksuren worden naar rato van de jaarlijkse bijdrage, bedoeld in artikel 12 lid 2, verdeeld over de deelnemende gemeenten. 3.. De rekenkamer legt jaarlijks per deelnemende gemeente een onderzoeksprogramma voor aan de raad voor het komende jaar. De raden kunnen voorstellen voor onderzoek aandragen bij de rekenkamer. 4.. In het onderzoeksprogramma wordt per onderwerp aangegeven: de afbakening van het onderzoeksterrein; doelstelling en onderzoeksvraag. 5.. Een raad kan in aanvulling op de in lid 3 genoemde voorstellen een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een extra onderzoek bij de rekenkamer. 6.. De rekenkamer bericht in hoeverre aan een verzoek van een raad zoals bedoeld in de leden 3 en 5 wordt voldaan. Indien de rekenkamer niet aan het verzoek van een raad voldoet, geeft zij dit gemotiveerd aan. 7.. Indien op verzoek van een raad een extra onderzoek zoals bedoeld in lid 5 wordt verricht door de rekenkamer, zijn de daaraan verbonden meerkosten voor rekening van die raad. 8.. Bij de uitvoering van het onderzoek worden de organisatieonderdelen die te maken krijgen met het onderzoek tijdig op de hoogte gesteld van: de opzet van het onderzoek; de planning van het onderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel