Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3:

Artikel 6

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad

1.. Uittreding is voor het eerst mogelijk zes jaar na toetreding tot de regeling. 2.. Uittreding uit deze regeling kan geschieden na een daartoe strekkend besluit van de raad van de uittredende gemeente. 3.. Indien het besluit tot uittreding vóór 1 juli wordt medegedeeld aan de raden en het lid van de rekenkamer, treedt het besluit in werking met ingang van 1 januari van het jaar volgend op de mededeling. Indien het besluit tot uittreding na 1 juli wordt medegedeeld aan de raden en het lid van de rekenkamer, treedt het besluit in werking met ingang van 1 januari van het tweede jaar volgend op de mededeling. 4.. Bij uittreding stellen de deelnemende raden gezamenlijk de verplichtingen van de uittredende raad vast. Daarbij geldt dat de uittredende raad in ieder geval tweemaal de laatstelijk voor de raad verschuldigde jaarbijdrage vergoedt waaronder de kosten voor het personeel, de boventalligheid, het afronden van de lopende onderzoeken en de daaruit voortvloeiende verplichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel