Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 9

Bijdragen deelnemende gemeenten

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad

1.. De raden dragen er, na overleg met de rekenkamer, zorg voor dat de rekenkamer de nodige middelen heeft voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden voor telkens een periode van zes jaar. 2.. Elke raad stelt voor een periode van zes jaar de jaarlijkse bijdrage aan de rekenkamer vast. De bijdrage wordt jaarlijks aangepast op basis van het indexcijfer CAO-lonen, contractuele loonkosten en arbeidsduur.. 3.. De raad kan de vastgestelde jaarlijkse bijdrage tussentijds op voorstel van de rekenkamer of in overleg met de rekenkamer verhogen. 4.. Elke raad stelt ten minste twaalf maanden vóór afloop van de periode bedoeld in het tweede lid de nieuwe jaarlijkse bijdrage voor een periode van zes jaar vast. 5.. De jaarlijks beschikbare onderzoeksuren van de rekenkamer worden naar rato van de jaarlijkse bijdrage verdeeld over de deelnemende raden.

Rechtspraak bij dit artikel