Van een ernstige situatie is sprake als het aannemelijk is dat drugshandel in georganiseerd verband in of vanuit een woning of lokaal plaatsvindt of als de aanwezigheid van drugs hierop duidt.
Aannemelijkheid dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, kan volgens de rechtspraak blijken uit bijvoorbeeld verklaringen van betrokkenen, onderzoek van de politie of uit ander bewijs zoals het aantreffen van verpakkingsmateriaal, sealbags gevuld met henneptoppen, vuurwapens met bijbehorende munitie, grote contante geldbedragen, een weegschaal of assimilatielampen 1 LJN BY5106, RvS, 5-12-2012, rechtsoverweging 2; LJN BX5656, rechtbank Utrecht, 27-08-2012, rechtsoverweging 11.
Om te kunnen nagaan of het aannemelijk is dat de aangetroffen drugs voor drugshandel in georganiseerd verband bestemd zijn, is onderstaande indicatorenlijst samengesteld. De indicatorenlijst heeft een alternatief en geen cumulatief karakter. Ook op basis van enkele indicatoren kan aannemelijkheid aan de orde zijn. De indicatorenlijst is nadrukkelijk een hulpmiddel. Voor de toepassing van de maatregel moet uiteraard altijd eerst gekeken worden of voldaan wordt aan de criteria van artikel 13b Opiumwet en de voorwaarden zoals gesteld in dit beleid.
a. De hoeveelheid aangetroffen middelen als bedoeld in lijst I en/of II van de Opiumwet (dit zal in ieder geval een grotere hoeveelheid moeten zijn dan de hoeveelheid die duidt op eigen gebruik).
Er moet minimaal sprake zijn van een hoeveelheid die duidt op beroeps- of bedrijfsmatige handel (hierbij wordt aangesloten bij de ‘Aanwijzing Opiumwet’ (https://www.om.nl/onderwerpen/drugs/@88338/aanwijzing-opiumwet-0/). Daarnaast kan er sprake zijn van andere signalen die duiden op beroeps- of bedrijfsmatigheid zoals bijvoorbeeld de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, grote som(men) (handels)geld, weegschaal, assimilatielampen e.d..
b. De mate waarin de woning betrokken is bij de drugshandel in georganiseerd verband.
c. Er is sprake van gewelds- of andere openbare orde delicten.
d. Er is sprake van één of meer (vuur)wapen(s)/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie.
e. Er is een vermoeden van verwijtbaarheid van de bewoner(s)/betrokkene(n).
f. Er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten (hierbij moet met name gedacht worden aan antecedenten t.a.v. de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie, maar ook andere antecedenten op het gebied van geweld jegens personen of zaken, zoals mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal e.d. kunnen een rol spelen).
g. Er is sprake van recidive binnen 3 jaar na de vorige overtreding.
h. Er is sprake van een combinatie van middelen in lijst I en II Opiumwet
i. De mate van gevaar voor de omgeving, mate van risico voor omwonenden.
j. De mate van overlast.
k. Aannemelijkheid dat de woning of het lokaal niet overeenkomstig de functie wordt gebruikt.
l. Aannemelijkheid dat behalve bewoning, het lokaal of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken is/zijn bij drugshandel in georganiseerd verband of als aanwezigheid van drugs hierop duidt.
m. Overige feiten of omstandigheden die duiden op drugshandel in georganiseerd verband zoals bijvoorbeeld verklaringen of melding van getuigen, omwonenden, gebruikers, handelaren e.d..
Artikel 6.