De algemene regel is dat inritten naar (woon)erven en parkeerkoffers worden voorzien van de standaard inritblokken met hoekstukken met daarachter een trottoirstrook.
De uitvoering van inritten naar particuliere erven hangt af van de plaatselijke situatie. De algemene regel is dat het beeld van het trottoir qua materiaalgebruik bij voorkeur moet doorlopen. De auto is te gast bij het kruisen van het trottoir.
Bij een trottoirbreedte van drie of vier tegels wordt bij voorkeur een verlaagde band toegepast met dikke tegels ter plaatse van het rijgedeelte. De opsluitband op de erfgrens verloopt mee in het afschot ter voorkoming van een te schuine helling voor rollator- en rolstoelgebruikers.
Bij een trottoirbreedte van meer dan vier tegels worden bij voorkeur inritblokken toegepast met dikke tegels ter plaatse van het rijgedeelte.
Het gebruik van klinkers wordt toegepast in situaties met zwaar verkeer en bij stroken smaller dan drie tegels waarbij een verlaagde band wordt gezet op de scheiding met de doorgaande rijbaan.
In bedrijventerreinen wordt bij voorkeur klinkers (dik 10 cm’) toegepast op een fundering van gebroken puin (dik 30 cm’) met daaronder zand. Dit in verband met kabel- en leidingtracés.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Materiaalgebruik
Onderdeel van Beleidsregel inritvergunningen Bunschoten 2017