Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5.

Draagkrachtperiode

Onderdeel van Nadere regel bijzondere bijstand 2018

1.. De draagkracht wordt in beginsel vastgesteld voor een periode van een jaar, vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt ingediend, of waarop de bijstandsverlening betrekking heeft; 2.. Van de periode genoemd in het eerste lid kan worden afgeweken als de periode waarop de kosten betrekking hebben daartoe aanleiding geven; 3.. De belanghebbende die ten tijde van de aanvraag een bijstandsuitkering ontvangt op grond van de wet, wordt verondersteld in het draagkrachtjaar geen draagkracht te hebben, op grond van inkomen; 4.. De vastgestelde draagkracht als bedoeld in het eerste lid wordt in geval van incidentele bijzondere bijstand in één keer in mindering gebracht op de verstrekking; 5.. In geval van periodieke verstrekking van bijzondere bijstand wordt de draagkracht verspreid over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt verstrekt en naar evenredigheid in mindering gebracht; 6.. Bij elke volgende aanvraag voor bijzondere bijstand in het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de toepassing van de draagkracht, zoals bedoeld in het vierde lid.

Rechtspraak bij dit artikel