Naar hoofdinhoud
1.. Als met de maatregel de uitkering wordt verlaagd, kan deze verlaging op twee momenten ingaan: Als de uitkering over de betreffende maand nog niet is uitgekeerd, wordt de maatregel opgelegd op de eerste dag nadat het besluit aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Als de uitkering over de betreffende maand al is uitgekeerd, wordt de maatregel opgelegd op de eerste dag van de maand nadat het besluit aan de belanghebbende bekend is gemaakt. 2.. Als de belanghebbende bijzondere bijstand ontvangt op basis van artikel 12 of artikel 36 van de wet, kan het college naast het bepaalde in artikel 3, derde lid, de maatregel toepassen op de in dat kader verleende bijzondere bijstand. 3.. Als een maatregel wordt opgelegd op bijzondere bijstand die op grond van artikel 12 van de wet wordt verstrekt, dan is deze maatregel – zowel wat hoogte als duur betreft – gelijk aan de maatregel die wordt opgelegd op de bijstandsnorm. De artikelen 9 tot en met 13 zijn van toepassing op beide maatregelen, maar dan moet wel in plaats van bijstandsnorm worden gelezen: ‘bijzondere bijstand verstrekt op grond van artikel 12 van de wet’. 4.. De maatregel kan ook met terugwerkende kracht worden opgelegd, als na de maatregelwaardige gedraging het recht op algemene bijstand wordt beëindigd of ingetrokken. Dit is inclusief verhoging of verlaging op grond van paragraaf 3.3 van de wet. De grondslag is de bijstandsnorm die geldig is op de ingangsdatum van de maatregel. De maatregel kan niet eerder ingaan dan de dag waarop de gedraging heeft plaatsgevonden. 5.. Kan een maatregel, ondanks het bepaalde in zesde lid, niet volledig worden uitgevoerd, omdat de bijstand wordt beëindigd? Dan wordt deze alsnog uitgevoerd, als de belanghebbende binnen een periode van één jaar opnieuw bijstand ontvangt. 6.. In die gevallen waarin een maatregel niet volledig kan worden uitgevoerd, omdat de hoogte van de bijstand onvoldoende is, kan het bedrag van de maatregel verdeeld worden over meer maanden. 7.. Een maatregel die wordt opgelegd voor een periode van meer dan drie maanden, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze wordt uitgevoerd, heroverwogen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel