Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9

Bezetting en werkafspraken

Onderdeel van Werktijdenregeling

De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van de afdeling. De leidinggevende kan eisen stellen aan een minimale aanwezigheid, beschikbaarheid of bereikbaarheid van de medewerker op bepaalde vaste tijden. Op deze wijze wordt gezorgd voor een optimaal dienstverleningsniveau op de afdeling. Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de leidinggevende en de medewerker over de bezetting, werkafspraken, werktijden, verlof, werkplanning en thuiswerken binnen het dagvenster en (indien van toepassing) dienstopdrachten die buiten het dagvenster plaatsvinden. Hierbij worden de normen uit de Arbowet in acht genomen. Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang van de werkzaamheden op de afdeling, bereikbaarheid voor interne en externe klanten en een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen. Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden moet verrichten buiten de afgesproken werktijden, wordt de gewerkte tijd op een ander moment gecompenseerd. De leidinggevende en de medewerker maken samen afspraken om de tijd op korte termijn te compenseren. Deze uren kunnen niet opgespaard worden of worden omgezet in vakantie-uren. De afspraken worden geëvalueerd en indien nodig bijgesteld tijdens vaste momenten in de formele gesprekscyclus.

Rechtspraak bij dit artikel