**1..** De mate waarin de boetewaardige gedraging aan de belanghebbende kan worden verweten wordt beoordeeld naar de situatie op het moment waarop de belanghebbende zijn verplichting had moeten nakomen.
**2..** Er is geen sprake van verminderde verwijtbaarheid in de volgende gevallen:
een uitkeringsgerechtigde begrijpt de inhoud van de correspondentie van de gemeente niet, bijvoorbeeld omdat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Van de uitkeringsgerechtigde mag worden verwacht dat hij zich laat informeren over de betekenis hiervan.
een uitkeringsgerechtigde is langere tijd niet in staat zijn belangen te behartigen, van de uitkeringsgerechtigde mag worden gevergd dat hij ervoor zorgt dat een ander zijn zaken regelt, laat hij dit na, dan is er geen sprake van verminderde verwijtbaarheid.
**3..** Voor het bepalen van de hoogte van de boete hanteert het college tevens onderstaande uitgangspunten om te bepalen of er sprake is van volledige verwijtbaarheid:
het college deelt bij de toekenning van een uitkering aan de uitkeringsgerechtigde mee welke feiten en omstandigheden hij of zij spontaan aan het college moet melden. Het college gaat er dan ook, tenzij bijzondere omstandigheden op het tegendeel wijzen, steeds van uit dat het de betrokkene redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze feiten en omstandigheden van invloed kunnen zijn op de uitkering. Tevens is op de gemeentelijke website hierover actuele informatie te raadplegen.
van een uitkeringsgerechtigde kan een redelijke inspanning worden gevergd om op de hoogte te raken van feiten en omstandigheden bij anderen die van invloed kunnen zijn op zijn uitkering (bijvoorbeeld omstandigheden van een partner, kostendeler of inwonend kind). Het enkele feit dat die ander de uitkeringsgerechtigde niet spontaan van een relevante omstandigheid op de hoogte heeft gesteld, impliceert niet dat het niet melden daarvan niet of slechts in verminderde mate aan de uitkeringsgerechtigde kan worden verweten.
**4..** Het college acht in de volgende gevallen verminderde verwijtbaarheid aanwezig:
de belanghebbende verkeerde op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren, en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan zijn verplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de informatie niet tijdig of volledig aan het college is verstrekt. Te denken valt aan onvoorzien ontslag, het weglopen van een kind etc.
er is sprake van een samenstel van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge verband en samenhang beschouwd wel leiden tot het oordeel dat sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
**5..** Het college acht in het geheel geen verwijtbaarheid aanwezig als het niet nakomen van een verplichting niet aan de belanghebbende kan worden verweten omdat hij op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden die niet tot het normale levenspatroon behoren en die het de belanghebbende feitelijk onmogelijk maakten om aan zijn verplichtingen te voldoen. Te denken valt aan een plotselinge ziekenhuisopname van de uitkeringsgerechtigde, of indien sprake is van levensbedreigende omstandigheden of overlijden van de uitkeringsgerechtigde, partner of kind.