**1..** Het is verboden om in een beschermd monument, bedoeld in artikel 1, onder b of een archeologiegebied, bedoeld in artikel 1, onder a, de bodem onder de oppervlakte te verstoren.
**2..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien:
een monumentenvergunning van de Minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap is verstrekt voor wat betreft een beschermd (archeologisch) monument, bedoeld in artikel 1, onder b.
de verstoring plaatsvindt:
1°. in een gebied op de gemeentelijke archeologische beleidskaart in categorie 2 en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2 en de verstoringsdiepte is minder dan 35 centimeter of;
2°. in een gebied op de gemeentelijke archeologische beleidskaart in categorie 3 en het te verstoren gebied kleiner is dan 500 m2 en de verstoringsdiepte is minder dan 40 centimeter, of;
3°. in een gebied op de gemeentelijke archeologische beleidskaart in categorie 4 en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m2 en de verstoringsdiepte is minder dan 40 centimeter, of,
4°. in een gebied op de gemeentelijke archeologische beleidskaart in categorie 5 en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2 en de verstoringsdiepte is minder dan 40 centimeter.
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
1°. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of
2°. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of
3°. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Hoofdstuk 5a
Artikel 21a
Instandhoudingbepaling
Onderdeel van Erfgoedverordening Gemeente Waterland 2010