Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6 › Paragraaf 6.

Artikel 40.

Subsidievaststelling

Onderdeel van Erfgoedverordening Gemeente Waterland 2010

1.. De definitieve vaststelling van de hoogte van een op grond van deze verordening verleende subsidie vindt plaats nadat: de in de aanvraag opgenomen werkzaamheden conform artikel 39 schriftelijk zijn gereedgemeld onder indiening van de daarop betrekking hebbende gegevens; de onder a bedoelde werkzaamheden door of vanwege burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; de originele rekeningen en originele betalingsbewijzen inzake de uitgevoerde werkzaamheden alsmede de totale kostenopstelling waarin de verrichte werkzaamheden op dezelfde wijze zijn gerangschikt als in de in artikel 23 lid 1, sub a bedoelde begroting door burgemeester en wethouders zijn gecontroleerd en akkoord bevonden. 2.. De definitieve subsidie is gelijk aan de verleende subsidie, tenzij de werkelijke subsidiabele kosten lager zijn dan geraamd dan wel minder voorzieningen zijn getroffen dan in de subsidieaanvraag is aangegeven. 3.. Het besluit tot subsidievaststelling wordt binnen acht weken na indiening van de gereedmelding en het verzoek om subsidievaststelling als bedoeld in artikel 39 vierde lid genomen. 4.. Uitbetaling geschiedt binnen acht weken na bekendmaking van het besluit tot subsidievaststelling op een bij de gereedmelding door de aanvrager op te geven (post-)bankrekeningnummer. 5.. De subsidie wordt slechts vastgesteld wanneer de onroerende zaak, na het treffen van de voorzieningen, in zijn geheel beschouwd zal voldoen aan de eisen, die volgens wettelijke voorschriften, aan de onroerende zaak moeten worden gesteld. 6.. In afwijking van het bepaalde in het vierde lid, kunnen burgemeester en wethouders toestaan, dat een monument in ten hoogste twee fasen wordt gerestaureerd, mits in de eerste fase tenminste alle bouwtechnische gebreken van de gehele onroerende zaak worden opgeheven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel