1. De functionaris die mandaat krijgt voor het uitoefenen van een bevoegdheid, is met betrekking tot die bevoegdheid tevens bevoegd tot:
a. het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidingshandelingen;
b. het voeren van correspondentie;
c. het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;
d. het ondertekenen van de betreffende stukken;
e. het voldoen aan publicatieverplichtingen;
f. het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het mandaatregister;
g. het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
h. overige direct met de gemandateerde bevoegdheid samenhangende handelingen;
i. het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.
2. De mandaatverlening omvat tevens de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in het bij dit mandaatbesluit behorende mandatenregister, te weigeren, in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken een en ander voor zover niet reeds opgenomen in het mandaatregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt.
3. Voor zover het in mandaat genomen besluit een rechtshandeling betreft met financiële gevolgen dient de gemandateerde te zijn aangewezen als budgethouder bij of krachtens de Budgethoudersregeling en overstijgt de waarde van de rechtshandeling niet het bedrag dat in het algemeen voor de betreffende functie of in het bijzonder voor de betreffende functionaris is vastgesteld bij of krachtens de Budgethoudersregeling.
4. Van het mandaat dat op grond van dit register aan een functionaris van buiten de stadsdeelorganisatie is toegekend, mag slechts gebruik worden gemaakt voor zover de bevoegdheid in het kader van de uitoefening van werkzaamheden voor het stadsdeel wordt toegepast.
5. De functionaris die mandaat krijgt voor het uitoefenen van een bevoegdheid, is niet gerechtigd deze uit te oefenen indien hij tevens belanghebbende is.
6. Tenzij uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt - als vermeld onder ‘voorwaarden mandaat/opmerking' in het mandatenregister- is de gemandateerde functionaris bevoegd tot het verlenen van verder ondermaat.
7. Het mandaat mag niet uitgeoefend worden als de mandaatgever vooraf te kennen heeft gegeven zelf te willen beslissen.
Hoofdstuk
Artikel 2
Reikwijdte van het mandaat
Onderdeel van Mandaatbesluit dagelijks bestuur en voorzitter Stadsdeel Oost 2015