**1..** Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien één of meer van de volgende criteria op de aanvraag van toepassing is
De aanvraag heeft betrekking op een bouwsom hoger dan € 750.000,--;
De aanvraag heeft betrekking op één of meer van de volgende risicocategorieën:
horeca- en seksbedrijven, coffeeshops en speelautomatenhallen
smart-, head- en growshops
sportscholen en fitnesscentra
wellnessbranche (massage- en beautysalons, nagel- en zonnebankstudio’s)
autobranche (autohandel, garages, lease- en verhuurbedrijven en autodemontage)
opkopers en handelaren in gebruikte of ongeregelde goederen en belwinkels
verblijfsinrichtingen
een andere risicocategorie die door het bestuursorgaan als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt.
De aanvraag betrekking heeft op één of meer risicogebieden die door het college van burgemeester en wethouders kan worden aangewezen.
**2..** Ingeval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal het bestuursorgaan voorts in beginsel uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van:
Eigen ambtelijke informatie, en/of
Informatie verkregen van het Bureau, en/of
Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of
Vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip)
Vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager, en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leiding geven en/of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering.
Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zal het bestuursorgaan in beginsel geen uitvoering geven aan een Bibob-toets indien de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in het eerste lid afkomstig is van (semi-)overheidsinstanties, toegelaten woning(bouw)corporaties als bedoeld in artikel 70 Woningwet dan wel een door het college bij (specifiek) besluit aangewezen aanvrager.
Toelichting
Uitgangspunt is dat een Bibob-toets bij elke aanvraag plaatsvindt. Daarbij is van belang dat het gaat om de gevallen waarin sprake is van een financiële investering van redelijke omvang dan wel het
betrokken bouwwerk op enigerlei wijze een faciliterende rol kan vervullen in bedrijfsmatige activiteiten die een vergoot risico in zich hebben voor criminele invloeden. De benoemde risicocategorieën en -gebieden zijn niet uitputtend en kunnen, indien nieuwe ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, door het bestuursorgaan worden aangepast. De aanvrager van een omgevingsvergunning bouw is vaak slechts een schakel bij deze zaak gebonden vergunning. Het is
gebruikelijk dat anderen dan de toekomstige eigenaar of gebruiker een omgevingsvergunning bouw aanvragen (bijvoorbeeld de architect of projectontwikkelaar). Door het zaak gebonden karakter van
de vergunning kunnen minder bonafide personen buiten schot blijven. Bovendien is de omgevingsvergunning bouw na verlening eenvoudig over te dragen. Daarom is het Bibob-instrumentarium ook van toepassing op degene die op grond van feiten en omstandigheden
redelijkerwijs met een aanvrager gelijk kan worden gesteld.
Hoofdstuk 2:
Artikel 2.3
Omgevingsvergunning bouw
Onderdeel van Beleidslijn toepassing Wet Bibob Oostzaan 2017