Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel A.

Het berekenen van de parkeerbehoefte:

Onderdeel van Parkeernormen en Mobiliteitsmanagement 2017

Parkeernormen Voor diverse functies is een parkeernorm opgenomen in bijlage 1. Deze parkeernormen vormen de basis voor de berekening van de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkeling. Bij de parkeerbehoefte die volgt uit deze tabel wordt het eventuele aantal op te heffen parkeerplaatsen (ook in het openbaar gebied) als gevolg van de ontwikkeling opgeteld. Als de parkeerbehoefte uitkomt op een gebroken getal, wordt dit volgens de gebruikelijke regels afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal. Bij plannen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is, maar die wel een stijging van de parkeerdruk tot gevolg hebben, is het berekenen van een parkeerbehoefte niet van toepassing: hiervoor kan direct naar onderdeel B worden verwezen. De parkeernormen in de tabel zijn overgenomen van de meest recente CROW publicaties, waaronder nummers ‘311, Handboek parkeren’ en ‘317, Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is de categorie “zeer sterk stedelijk” uit deze publicatie gebruikt, gezien de hoge bevolkingsdichtheid van Schiedam en het aanbod van openbaar vervoer. Indeling gebieden In de tabel met parkeernormen in bijlage 1. worden verschillende normen gehanteerd voor dezelfde functie, afhankelijk van waar de functie in de stad is gelegen. Er wordt een driedeling gehanteerd: ‘Binnenstad’, ‘Schil’ en Schiedam ‘overig’. Daarbij wordt in de ‘Schil’ onderscheid gemaakt tussen zones waar parkeren wel en niet gereguleerd is. De indeling van de gemeente in deze drie gebieden is visueel weergegeven op een kaart die als bijlage 2 is opgenomen . Op hoofdlijnen is deze gebiedsindeling gebaseerd op de bereikbaarheid van locaties per openbaar vervoer. De reden voor dit onderscheid, is dat verwacht mag worden dat op een locatie die goed bereikbaar is met het openbaar vervoer, er meer mensen gebruik van zullen maken. Dit heeft weer tot gevolg dat er minder (extra) parkeerdruk mag worden verwacht. Voor de juiste toepassing van de tabel wordt daarom eerst gekeken naar de plaats in de stad waar de ontwikkeling plaatsvindt en vervolgens naar de soort functie. In de tabel kan vervolgens de corresponderende parkeernorm worden opgezocht en toegepast. Binnenstad: verlagen parkeernormen In de laatste jaren zijn verschillende ontwikkelingen in het centrum van Schiedam niet doorgegaan omdat het onmogelijk is gebleken te voldoen aan de voor dit gebied geldende parkeernormen. De voornaamste redenen waarom niet kon worden voldaan aan de parkeernormen waren het niet bereikbaar zijn van delen van het centrum voor autoverkeer omdat deze onderdeel uitmaken van het voetgangersgebied, en het volledig bebouwd zijn van veel percelen wat het onmogelijk maakt om zowel op eigen terrein als aanvullende parkeergelegenheid te realiseren. Om ruimte te bieden aan ontwikkelingen in de binnenstad, en om het realiseren van de doelen uit de ontwikkelingsvisie voor de binnenstad mogelijk te maken, zullen voor dit gebied geen parkeernormen meer gelden. De wijze waarop het gereguleerd parkeren wordt ingevuld in de binnenstad en de in het gebied aanwezige parkeergarages bieden afdoende mogelijkheden om de aanvullende parkeerbehoefte op te vangen De hoofdregel dat geen parkeernormen van toepassing zijn geldt niet voor: Functies met een grote verkeersaantrekkende werking, zoals bijvoorbeeld supermarkten. Voor dergelijke functies blijft een parkeernorm van toepassing. Wel wordt uitgegaan van de minimale in plaats van de gemiddelde parkeernorm (CROW, ‘Kencijfers parkeren en parkeergeneratie’); Woningbouwontwikkelingen welke voorzien in het realiseren van 10 of meer wooneenheden; Grootschalige ontwikkellocaties voor woningbouw (Dirkzwager, UTO/Brandweer en Westmolenkwartier). Schil: vergroten gebied en verlagen parkeernormen. Op het ten zuiden van de A20 gelegen gedeelte van Schiedam waren op grond van de ‘Beleidsregels toepassing parkeernormen’ verschillende normen van toepassing. Met de herziening van de parkeernormen wordt het gehele gebied ten zuiden van de A20, uitgezonderd de binnenstad, dezelfde normen te laten gelden. Uitzondering hierop vormen de nieuwbouwplannen op Harga welke onderdeel worden van Schiedam ‘overig’. De parkeernormen zijn ten opzichte van de ‘Beleidsregels toepassing parkeernormen’ op twee onderdelen gewijzigd: Uitgegaan wordt van de minimale in plaats van de gemiddelde parkeernormen uit de CROW-publicatie ‘Kencijfers parkeren en parkeergeneratie’. Reden hiervoor is onder andere de goede bereikbaarheid van dit deel van de stad met het openbaar vervoer. Voor de delen van de schil waar gereguleerd parkeren is ingesteld hoeft bij nieuwe ontwikkelingen niet te worden voorzien in het bezoekersgedeelte van de parkeernorm. Dit gedeelte van de parkeernorm kan in deze gebieden worden opgevangen met het betaald parkeren in de openbare ruimte. Dit geldt niet voor niet-woonfuncties met een grote verkeersaantrekkende werking. Schiedam ‘overig’: behoud normen In de andere gebieden, aangeduid als Schiedam ‘overig’, zijn er geen situaties bekend waarbij de parkeernormen uit de ‘Beleidsregels toepassing parkeernormen’ een belemmering hebben gevormd voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De huidige parkeernormen bieden voor deze gebieden een goede basis en worden niet herzien. Nieuwe ontwikkelingen, zoals een mogelijk station Schiedam Kethel, kunnen op termijn wel aanleiding geven de normen ook voor dit gebied te herzien. Op dit moment is hiervoor echter nog onvoldoende aanleiding. Indeling van woningen in prijsklassen In de tabel in bijlage 1 is voor het berekenen van de parkeerbehoefte sprake van verschillende parkeernormen voor verschillende soorten woningen en voor etages in diverse prijsklassen. Hierbij geldt hoe duurder de woning, hoe hoger de behoefte aan parkeerplaatsen bij de woning. Voor het gebruik van de tabel met parkeernormen in bijlage 1 wordt de grens tussen middeldure en dure (koop)woningen gelijk gesteld aan de grens voor het verkrijgen van Nationale Hypotheekgarantie. Deze grens wordt jaarlijks aangepast. Per 1 januari 2017 is de NHG grens € 247.450,-. Dit is de NHG grens zonder energiebesparende voorzieningen. Deze grens zal voor het gebruik van de tabel worden gevolgd. De grens tussen goedkope en middeldure woningen wordt gesteld op € 145.000,-. Bij deze koopsom is de bruto maandlast gelijk aan de liberalisatiegrens bij huurwoningen. In beide gevallen wordt de WOZ waarde als uitgangspunt genomen voor de bepaling van de waarde van de woning. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd. Bij de huurwoningen wordt de grens tussen (middel)dure en goedkope woningen bepaald op de liberalisatiegrens. In 2017 en 2018 is deze grens € 710,68. Deze grens wordt doorgaans jaarlijks geïndexeerd. Dit bedrag is ook opgenomen in tabel 1. Parkeren op eigen terrein Zoals eerder aangegeven is in het bestemmingsplan het uitgangspunt opgenomen dat de parkeereis op eigen terrein gerealiseerd moet worden. Parkeerruimte op eigen terrein wordt echter soms op een andere wijze gebruikt; de garage bij de woning wordt benut voor opslag van andere zaken of zelfs bij de woning getrokken. Ook bij bedrijven kan de parkeerruimte in de praktijk gebruikt worden voor opslag, de plaatsing van containers en dergelijke. Om die reden wordt parkeerruimte op eigen terrein door het CROW gemiddeld minder meegeteld dan parkeerplaatsen in het openbare gebied. Hoeveel minder hangt af van het soort parkeerplaats: een parkeerplaats in een collectieve garage onder een appartementencomplex kan minder gemakkelijk voor andere doeleinden worden benut dan een garage bij een woning. Ook hangt dit af van de vraag of de parkeerplaats op eigen terrein gelegen is in een gebied met gereguleerd parkeren. In dat geval heeft de woning of bedrijf met eigen parkeerplaats geen of verminderd recht op (een) parkeervergunning(en). Hiermee wordt bereikt dat parkeerplaatsen op eigen terrein in de gereguleerde delen van de stad zo optimaal mogelijk worden benut voor het parkeren van motorvoertuigen. Om deze verschillen tot uitdrukking te laten komen, is in bijlage 3 een tabel opgenomen met de wijze waarop parkeren op eigen terrein dient te worden opgenomen in de berekening van de totale parkeerbehoefte. De uitkomst hiervan zal in sommige gevallen betekenen, dat als parkeerruimte op eigen terrein wordt aangelegd, de parkeereis uiteindelijk hoger wordt dan wanneer deze op alternatieve wijze wordt aangelegd. Voor wat betreft woningen in het deel van de stad zonder gereguleerd parkeren is de tabel overgenomen van het CROW. Voor wat betreft woningen in het deel van de stad met gereguleerd parkeren zijn de cijfers aangepast aan de Schiedamse situatie: elke parkeerplaats op eigen terrein telt mee als volledige parkeerplaats, tenzij deze aantoonbaar als zodanig onbruikbaar is en ook niet (meer) bruikbaar gemaakt kan worden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als er een bouw- of omgevingvergunning is afgegeven voor een functieverandering.

Rechtspraak bij dit artikel