Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 11:

Voorschriften en beperkingen verbonden aan een seizoensgebonden standplaatsvergunning

Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen

1.. Aan een seizoensgebonden standplaatsvergunning worden ten minste de volgende voorschriften en beperkingen verbonden: de vergunninghouder is tijdens de inname van de standplaats aanwezig; de vergunninghouder houdt de omgeving van zijn standplaats schoon; alle aanwijzingen en bevelen van de politie, brandweer en/ of ambtenaren van de gemeentelijke afdeling toezicht en handhaving moeten direct worden opgevolgd; wanneer geconstateerd is dat de standplaats drie achtereenvolgende keren of driemaal tijdens de vergunde periode niet is ingenomen, vervalt de standplaats van rechtswege. Tenzij hierover overleg heeft plaatsgevonden met de gemeente. Het college behoudt het recht ingevolge bijzondere omstandigheden en/of onverwachte situaties van de aangewezen locaties af te wijken. 2.. Voor de seizoensgebonden standplaats voor de verkoop van ijs kan het college ontheffing verlenen van de verplichting uit art.13:1 lid a. Op aanvraag van de vergunninghouder kan het college vergunning verlenen om zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemd persoon.

Rechtspraak bij dit artikel