**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een
boom en/of een houtopstand te vellen of te doen vellen.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
houtopstanden als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de
Boswet;
houtopstanden als bedoeld in artikel 15 derde lid van de
Boswet, voor zover de houtopstand op bosbouwkundige wijze
wordt geëxploiteerd en de onderneming bij het Bosschap
geregistreerd staat;
één of meerdere boom/bomen die in een bos staan en waarvoor
een aanvraag in het kader van de boswet vereist is.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet:
voor één boom of enkele bomen, die buiten een
landschapselement staan, en waarvan de stamdiameter 30
centimeter of minder bedraagt, gemeten op 1,3 meter hoogte
boven het maaiveld. In afwijking van het hiervoor gestelde
kan de stamdiameter kleiner zijn dan 30 centimeter op 1,3
meter boven het maaiveld, indien sprake is van een boom in
het kader van een herplant of instandhoudingsplicht als
bedoeld in de artikelen 9 en 10. In geval van
meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste
stam;
indien de grond, waarop de velling zal worden verricht of
waarop zich de gevelde of tenietgegane bomen en/of
houtopstand(en) bevond, nodig is voor de uitvoering van een
werk overeenkomstig een groenplan. Voorwaarde is dat het
groenplan behoord een bestemmingsplan, en gelijktijdig met
het bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
voor bomen in privaat eigendom op een perceel van minder dan
250m2.
voor houtopstanden die direct gevaar opleveren voor mensen
of de directe omgeving;
voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van
Het bevoegd gezag.
voor het geheel of gedeeltelijk dunnen van een
landschapselement of bos.
voor het knotten of kandelaberen als beheermaatregel bij
knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen, ter uitvoering
van onderhoud.
voor een afgestorven boom of ander houtig gewas, welke deel
uitmaakt van een landschapselement en een stamdiameter heeft
van 30 centimeter of kleiner, gemeten op 1,3 meter boven het
maaiveld.
voor het vellen van opslag waarvan de stamdiameter kleiner
is dan 10cm, gemeten op maaiveld hoogte.
voor coniferen (Coniferae), met uitzondering van: Japanse
Notenboom(Ginkgo…x), Venijnboom (Taxus….x) en (inheemse)
Grove Den (Pinus sylvestris..x).