Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2:

Verbod om te vellen.

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Wierden 2010

1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een boom en/of een houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: houtopstanden als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de Boswet; houtopstanden als bedoeld in artikel 15 derde lid van de Boswet, voor zover de houtopstand op bosbouwkundige wijze wordt geëxploiteerd en de onderneming bij het Bosschap geregistreerd staat; één of meerdere boom/bomen die in een bos staan en waarvoor een aanvraag in het kader van de boswet vereist is. 3.. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet: voor één boom of enkele bomen, die buiten een landschapselement staan, en waarvan de stamdiameter 30 centimeter of minder bedraagt, gemeten op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In afwijking van het hiervoor gestelde kan de stamdiameter kleiner zijn dan 30 centimeter op 1,3 meter boven het maaiveld, indien sprake is van een boom in het kader van een herplant of instandhoudingsplicht als bedoeld in de artikelen 9 en 10. In geval van meerstammigheid geldt de stamdiameter van de dikste stam; indien de grond, waarop de velling zal worden verricht of waarop zich de gevelde of tenietgegane bomen en/of houtopstand(en) bevond, nodig is voor de uitvoering van een werk overeenkomstig een groenplan. Voorwaarde is dat het groenplan behoord een bestemmingsplan, en gelijktijdig met het bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen. voor bomen in privaat eigendom op een perceel van minder dan 250m2. voor houtopstanden die direct gevaar opleveren voor mensen of de directe omgeving; voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van Het bevoegd gezag. voor het geheel of gedeeltelijk dunnen van een landschapselement of bos. voor het knotten of kandelaberen als beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen, ter uitvoering van onderhoud. voor een afgestorven boom of ander houtig gewas, welke deel uitmaakt van een landschapselement en een stamdiameter heeft van 30 centimeter of kleiner, gemeten op 1,3 meter boven het maaiveld. voor het vellen van opslag waarvan de stamdiameter kleiner is dan 10cm, gemeten op maaiveld hoogte. voor coniferen (Coniferae), met uitzondering van: Japanse Notenboom(Ginkgo…x), Venijnboom (Taxus….x) en (inheemse) Grove Den (Pinus sylvestris..x).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel