**1..** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5, onder a, ten behoeve van een woning, complex van woningen of kleinschalige transformatie, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van € 8.000.- per woning;
**2..** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5, onder b, ten behoeve van een woning, complex van woningen of kleinschalige transformatie, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van € 5.000.- per woning;
**3..** Voor de activiteit zoals bedoeld in artikel 5, onder a en b, ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke meerkosten, tot een maximum van €5000.‐ per 35GJ aan aardgas dat per jaar bespaard wordt, met een maximum van €125.000.- per maatschappelijk vastgoed;
**4..** Voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 5, onder c, ten behoeve van een woning, complex van woningen, kleinschalige transformatie of ten behoeve van maatschappelijk vastgoed, bedraagt de subsidie 100% van de werkelijke kosten, tot een maximum van het op de datum van subsidieaanvraag geldende tarief voor het verwijderen van een aansluiting per woning of per maatschappelijk vastgoed, zoals die is vastgesteld door de in de gemeente Amsterdam van toepassing zijnde netbeheerder;
**5..** Indien de aanvrager voor dezelfde activiteit ook andere subsidies ontvangt, wordt de hoogte van de subsidie zodanig berekend dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 100% van de werkelijke (meer)kosten;
** 6. .** Voor ondernemingen, niet zijnde woningcorporaties, kan de totale hoogte per subsidieaanvrager de in de de-minimisverordening genoemde grens van € 200.000 per drie belastingjaren niet overschrijden.
Hoofdstuk
Artikel 7