Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening hondenbelasting 2017

Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor honden: a die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; b die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond (hulphond) en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden c die in opleiding zijn tot blindengeleidehond of gehandicaptenhond (hulphond) als bedoeld onder a. en b. onder de voorwaarde dat de opleiding wordt verzorgd door erkende organisaties; d die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; e die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; f die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; g die worden gehouden door door of vanwege burgemeester en wethouders aangewezen personen die met toestemming van het bevoegd gezag een hond voor de politiedienst houden en/ of voor dat doel hebben afgericht

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel