Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 14

Aanwijzen van de doelgroepen

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Boxtel 2010

1.. Het college wijst de groepen vrijwillige inburgeraars aan waaraan hij bij voorrang een voorziening kan aanbieden op basis van de volgende criteria: de derdelander die zich, na eerdere vestiging in een EU- of EER-land gedurende een periode van maximaal 12 maanden, voor het eerst in Nederland heeft gevestigd; de vrijwillige inburgeraar, met uitzondering van personen als bedoeld onder a, die al minimaal een jaar in Nederland woont en werkt, dan wel kan een arbeidsovereenkomst overleggen voor minimaal een jaar; partners als bedoeld in artikel 3 WWB van de onder lid 1, sub a en b bedoelde personen; personen die afkomstig zijn uit een EU of EER-land en partner zijn als bedoeld in artikel 3 WWB van een persoon met de Nederlandse nationaliteit, dan wel van een persoon die behoort of behoord heeft tot de doelgroep van de Wet inburgering. 2.. Het college kan afzien van het doen van een aanbod indien: uit het onderwijskundig onderzoek blijkt dat de taalbeheersing en kennis van de Nederlandse samenleving voldoende zijn. De kosten voor het onderwijskundig onderzoek zijn voor rekening van de gemeente; uit het onderwijskundig onderzoek blijkt dat de vrijwillige inburgeraar analfabeet is. Zij dienen eerst gealfabetiseerd te worden. Hiervoor dient een passende voorziening te worden geboden; de vrijwillige inburgeraars bezig is met een opleiding of beschikt over een diploma, dat binnen de wet tot vrijstelling van de inburgeringsplicht leidt.

Rechtspraak bij dit artikel