**1..** Het college kan ten aanzien van niet-fraudevorderingen afzien van (verdere) invordering indien:
de debiteur gedurende 36 maanden onafgebroken volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, waarbij zijn gemiddelde inkomen in die periode de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan of overeenkomstig de vastgestelde draagkracht was; of
de debiteur gedurende drie jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover eventueel verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald, waarbij zijn gemiddelde inkomen in die periode de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan of overeenkomstig de vastgestelde draagkracht was; of
de debiteur gedurende drie jaar geen betalingen heeft verricht, omdat de verblijfplaats onbekend is en niet aannemelijk is dat op enig moment nog betalingen zullen worden verricht; of
een bedrag, overeenkomend met 50% van de restsom in één keer wordt afgelost, mits de debiteur minimaal 12 maanden aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan; of
de hoogte van de (restant)vordering niet meer bedraagt dan € 50,00 en deze niet via verrekening kan worden ingevorderd.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt niet afgezien van (verdere) invordering indien:
het een vordering betreft die door pand of hypotheek op een goed of goederen is gedekt, met uitzondering van het geval dat de vordering niet op die goederen verhaald kan worden.
de invordering is overgedragen aan een deurwaarder, vanwege het niet voldoen aan de terugbetalingsverplichtingen.
op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid.