1. Het deponeren van huishoudelijk afval in een inzamelvoorziening geschiedt op zodanige wijze dat geen afvalstoffen buiten de inzamelvoorziening achterblijven.
2. De inzamelvoorziening moet na het deponeren van de afvalstoffen goed gesloten worden.
3. Het is verboden tussen 21.00 uur en 7.00 uur glasin de glasbak te deponeren.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 21