De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 3, derde lid, van de verordening vastgesteld:
1. asbest en asbesthoudend materiaal: afval waarin zich asbest bevindt;
2. bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen;
3. elektrische en elektronische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur;
4. fietswrak; fiets die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert, zich bevindt in een kennelijk verwaarloosde toestand en waarvan de herstelkosten hoger zijn dan de economische waarde van de fiets in de aangetroffen staat;
5. glas:eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken;
6. groente-, fruit- en tuinafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld;
7. grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden, met uitzondering van bouw- en sloopafval, grof tuinafval en elektrische en elektronische apparaten;
8. grof tuinafval: plantaardige of organische afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen, zoals grof loofafval, snoeihout et cetera, met uitzondering van bielzen, tuinhekken en tuinschuttingen;
9. huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheidingvan andere deelstromen genoemd in artikel 3 van de verordening;
10. klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van Infrastructuur en Milieu;
11. kunststof verpakkingsafval:eenmalige verpakkingen van kunststof, zoals flessen, flacons, potjes, tubes, tassen, zakken en folies, met uitzondering van verpakkingen van chemisch afval;
12. oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier;
13. textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisel, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen;
14. verduurzaamd hout: hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4