**1..** Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te houden, voor zover daarin:
meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn of;
aan meer dan 4 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf zal worden verschaft of;
aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10 lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal worden verschaft.
**2..** Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden met inachtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 5.
**3..** Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van de omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning.
**4..** Het college kan de gebruiksvergunning intrekken:
indien blijkt dat de vergunning op grond van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend;
indien blijkt dat de houder van de vergunning niet heeft voldaan aan een voorwaarde van de vergunning;
indien van de vergunning geen gebruik gemaakt wordt binnen 30 weken na het onherroepelijk worden van de vergunning;
indien van de vergunning gedurende een aaneensluitende periode van 30 weken of langer geen gebruik is gemaakt;
indien het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond van een verandering van inzichten of verandering van omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen van de gebruiksvergunning, en het niet mogelijk blijkt door het stellen of wijzigen van voorschriften dat belang voldoende te beschermen;
op verzoek van de vergunninghouder.
**5..** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.