- - De commissie wijst uit haar midden één van de commissieleden, bedoeld in het eerste lid van artikel 4, als voorzitter aan, voor de duur van een jaar. Daarna wordt een van de andere leden aangewezen als voorzitter, zodat het voorzitterschap jaarlijks rouleert.
- - De voorzitter draagt zorg voor bijeenroepen van de vergaderingen van de auditcommissie, het leiden van de vergaderingen, het doen naleven van deze verordening en voor al hetgeen deze verordening hem opdraagt;
- - De auditcommissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan, die
de vergadering voorzit bij verhindering of afwezigheid van de voorzitter;