De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de medewerker(s) en het verwerende orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 (afzien van horen) van de wet.
Indien de voorzitter, op grond van het in het tweede lid genoemde artikel, besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan de medewerker(s) en het verwerende orgaan.
Op verzoek van de medewerkers of het verwerend orgaan kan de voorzitter beslissen dat partijen niet in elkaars aanwezigheid worden gehoord.
Hoofdstuk
Artikel 9
Hoorzitting
Onderdeel van Regeling externe bezwarenadviescommissie personeelsaangelegenheden