Het college kan een vergunning intrekken indien:
Niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, de aanvrager is overgegaan tot onttrekking, omzetting, of omvorming;
De vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
Niet wordt voldaan aan de bij de vergunning gestelde voorwaarden en voorschriften.
Het handhaven van de vergunning leidt tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, dan wel tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid;
Het pand waarvoor de vergunning is afgegeven een jaar of langer niet in gebruik is als onzelfstandige woonruimte.
De vergunninghouder hier schriftelijk om verzoekt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 6
Intrekken vergunning
Onderdeel van Huisvestingsverordening Tilburg 2017