Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4.

Inleidend verzoek

Onderdeel van Referendumverordening Tilburg 2017

1.. Kiesgerechtigden kunnen een inleidend verzoek indienen tot het houden van een referendum over een besluit van de raad. 2.. Het inleidend verzoek moet worden gedaan door 01300 kiesgerechtigden van de gemeente Tilburg. 3.. Onder kiesgerechtigden in de zin van dit artikel worden verstaan: diegenen die op de dag van de indiening van het verzoek op grond van artikel B3 van de Kieswet kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Tilburg. 4.. In het verzoek wordt aangegeven om welk raadsbesluit het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met een opgave van diens naam, adres, leeftijd en woonplaats. 5.. De in het vierde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op een daartoe van gemeentewege verstrekt formulier dat ter ondertekening op het gemeentehuis en/of andere door het college aan te wijzen plaatsen ligt. Bij het plaatsen van een handtekening dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. Daarnaast stelt het college de mogelijkheid open om met gebruikmaking van DigiD online de ondersteuningsverklaring te ondertekenen. 6.. Het verzoek moet binnen drie weken nadat het desbetreffende raadsbesluit is bekend gemaakt bij het college worden ingediend. De bekendmaking vindt plaats door middel van publicatie van de besluitenlijst van de raad op de internetsite van de gemeente Tilburg. 7.. Het inleidend verzoek tot het houden van een referendum wordt gevormd door het totale aantal geldige verzoeken tot het houden van een referendum. 8.. Uiterlijk een dag voor de eerstvolgende raadsvergadering na afloop van de in het eerste lid genoemde termijn maakt het college aan de raad bekend of naar zijn mening is voldaan aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek. 9.. De raad beslist in de in het vorige lid genoemde raadsvergadering of aan de vereisten voor het indienen van een inleidend verzoek is voldaan en of over het besluit, met inachtneming van de weigeringsgronden uit de artikelen 3, een referendum kan worden gehouden. De raad kan zijn beslissing eenmaal verdagen tot de eerstvolgende raadsvergadering.

Rechtspraak bij dit artikel