Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening Woerden 2015

Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: 1. zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; b. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; c. beschermd (rijks)monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; d. de commissie: de commissie Ruimtelijke Kwaliteit en Erfgoed e. archeologisch deskundige; de door het college daartoe aangewezen archeoloog om namens haar als bevoegd gezag op te treden. f. gemeentelijke archeologische beleidskaart: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten, en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven; g. archeologisch (verwachtings-)gebied: gebied, aangegeven op de archeologische beleidskaart, niet zijnde archeologische rijksmonumenten, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen aanwezig of te verwachten zijn; h. archeologisch onderzoek: werkzaamheden die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld door het college en de vigerende versie van de KNA. i. archeologisch rapport: een rapport conform de vigerende versie van de KNA waarin archeologisch onderzoek en de resultaten daarvan worden beschreven en waarin wordt aangegeven of, en zo ja op welke wijze, verder archeologisch onderzoek nodig is, j. KNA: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie k. plan van aanpak: plan dat weergeeft welk verwachtingsmodel gehanteerd wordt, welke onderzoeksvragen worden gehanteerd en hoe een archeologisch uitvoerder het archeologisch booronderzoek en/of geofysisch onderzoek denkt uit te gaan voeren. l. programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders orden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. m. programma van onderzoek: programma dat door het bevoegd gezag wordt getoetst en waarmee kaders worden gesteld voor de uitvoering en de kwalitatieve controle van (cultuurhistorisch) onderzoek. n. bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. o. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woerden. p. de raad: de gemeenteraad van de gemeente Woerden. q. vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. r. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. s. Onderzoek; 1. cultuurhistorische rapportage als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Mor (ministeriële regeling omgevingsrecht) en 2. een door een externe partij of door de gemeente Woerden uitgevoerd onderzoek resulterend in een schriftelijke rapportage naar; - de architectonische, bouwhistorische, interieurhistorische, kleurhistorische, tuinhistorische, wetenschappelijke en/of cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een (rijks) beschermd monument of een gemeentelijk monument. - de esthetische kwaliteiten, de ruimtelijke (bouw) historische en kleurhistorische kenmerken evenals de wetenschappelijke en cultuurhistorische ontwikkeling en waarde van een (gemeentelijk) beschermd stads- of dorpsgezicht. t. karakteristieke bebouwing; bebouwing, geen monument zijnde, van algemeen belang voor de gemeente en als zodanig aangewezen door het bevoegd gezag. u. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; bebouwing, geen monument zijnde, van algemeen belang voor de gemeente en als zodanig aangewezen door het bevoegd gezag. v. (rijks) beschermd stads- en dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer beschermde monumenten vinden. w. gemeentelijk stads- en dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht is aangewezen. x. lijst van gemeentelijke stads- en dorpsgezichten; de lijst waarop zijn geregistreerd overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht aangewezen groepen van onroerende zaken. y. gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart: topografische kaartlagen van het gemeentelijk grondgebied of delen van het grondgebied, waarop cultuurhistorische waardevaste (beschermd) en cultuurhistorische waardevolle zaken en structuren zijn aangegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel