1. In aanvulling op het bepaalde in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de Monumentenwet 1988, is degene die anders dan bij het doen van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet, dan wel redelijkerwijs kan vermoeden dat het een archeologische waarde heeft, verplicht dit ook binnen twee werkdagen te melden bij de in artikel 30 genoemde toezichthouder.
2. De in het eerste lid bedoelde vinder, dan wel de rechtmatige eigenaar, is gehouden het gevonden voorwerp gedurende zes maanden ter beschikking te houden of te stellen voor wetenschappelijk onderzoek.