Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Uitkering bij aftreden

Onderdeel van Verordening rechtspositie (burger-)raadsleden 2008

1.. Op aanvraag van raadsleden wordt, bij beëindiging van het raadslidmaatschap, een maandelijkse uitkering verstrekt. 2.. De uitkering wordt verstrekt maximaal van de eerste van de 1de maand tot de eerste van de 7de maand na beëindiging van het raadslidmaatschap en bedraagt 80% van de raadsvergoeding. Bij overlijden wordt de uitkering verstrekt tot de volgende maand. 3.. Het recht op deze uitkering bestaat alleen voor die maanden waarin het andere inkomen (loon/salaris,uitkering en/of alimentatie) niet hoger is dan 120% van de maandelijkse raadsvergoeding. 4.. Bij de aanvraag dient het raadslid het onder het derde lid gestelde genoegzaam aan te tonen. 5.. Als het andere inkomen in enige maand, gedurende de uitkeringsduur, boven de 120% komt, dient het raadslid dit te melden en vervalt het recht op de uitkering voor die maand.

Rechtspraak bij dit artikel