Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 4

Artikel 2.1.4.1

Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2007

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een weggedeelte te gebruiken anders dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2.. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op: vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt; zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits: ·. geen onderdeel zich minder dan (2,2) meter boven dat gedeelte bevindt; en ·. geen onderdeel van het scherm, in welke stand dat ook staat, zich op minder dan (0,5) meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; ·. geen onderdeel verder dan (1,5) meter buiten de opgaande gevel reikt; de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg, in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, gebracht worden in verband met laden of lossen ervan en mits degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten ervoor zorgt, dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is; voertuigen; voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens, niet zijnde handelsreclame, worden geopenbaard; evenementen als bedoeld in artikel 2.2.2; terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.6; standplaatsen als bedoeld in artikel 5.3.2; 3.. Het is verboden op, in, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien: deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg; gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan of een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. 4.. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a.. indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b.. indien het beoogde gebruik hetzij op zich zelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.. in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken. 5.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Woningwet, het Rijkswegenreglement, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 of de Wegenverordening Zuid-Holland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel