Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1

Artikel 2.3.1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2007

1.. Horecabedrijf: de voor het publieke toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, logies wordt verstrekt, tegen vergoeding dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een horecabedrijf worden in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis en aanverwante inrichtingen. 2.. Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een bij dit bedrijf behorend terras en de andere aanhorigheden. 3.. Terras in de zin van deze paragraaf: het buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of genuttigd. 4.. Exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een horecabedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen. 5.. Leidinggevende(n): de persoon of personen die tijdens de openingsuren van het horecabedrijf de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een horecabedrijf. 6.. Onder bezoeker wordt in deze paragraaf verstaan een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van: a.. de levenspartner en kinderen van de exploitant van de inrichting, alsmede diens elders wonende bloed- of aanverwanten of die van zijn levenspartner; b.. de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht; c.. de personen wier tegenwoordigheid in de inrichting wegens dringende omstandigheden vereist wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel