Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.13

Intrekkingsgronden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2007

Het bevoegd bestuursorgaan kan de vergunning als bedoeld in artikel 3.4 intrekken, indien sprake is van feiten of omstandigheden zoals genoemd in artikel 1.6 van deze verordening of: de ingevolge artikel 3.4, tweede lid, onder a in de vergunning vermelde exploitant niet feitelijk de exploitatie voert; in de seksinrichting een minderjarige prostituee wordt aangetroffen; in de seksinrichting een prostituee zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel wordt aangetroffen; een escortbedrijf werkzaamheden laat verrichten door een minderjarige prostitué of een prostitué zonder een voor het verrichten van arbeid geldige verblijfstitel; er door de exploitant of leidinggevende onvoldoende maatregelen zijn getroffen in het belang van de veiligheid, de hygiëne en de bescherming van de gezondheid van de in de seksinrichting of voor het escortbedrijf werkzame personen, alsmede ter bescherming van de volksgezondheid; aannemelijk is dat de exploitant of de leidinggevende betrokken is bij of dat hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de seksinrichting of het escortbedrijf die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat; de exploitant of de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de seksinrichting of het escortbedrijf, dan wel toestaat of gedoogt dat daar strafbare feiten worden gepleegd; zich in of vanuit de seksinrichting of het escortbedrijf anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat de exploitatie ervan gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel