Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Afdeling 3

Artikel 4.3.6

Vergunningsvoorschriften

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Ridderkerk 2007

1.Een vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde dat niet tot vellen mag worden overgegaan tot het moment van onherroepelijk worden van de vergunning. 2.Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat: a.binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen moet worden herplant; b.pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is; c.maatregelen dienen te worden genomen ter bescherming van een nabijgelegen houtopstand of ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 3.Wordt een voorschrift als bedoeld in het tweede lid gegeven, dan wordt daarbij tevens bepaald op welke wijze niet-geslaagde herplanting moet worden vervangen en binnen welke termijn na de herplanting dat moet gebeuren. 4.Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel