**1..** Het aantal betaaltermijnen binnen een afschrijvingstijdvak is gelijk aan het aantal maanden vanaf de maand opvolgend op de maand waarin de dagtekening van het aanslagbiljet valt, en elk van de volgende termijnen telkens één maand later, tot en met december van het jaar van de dagtekening. Met dien te verstande dat het aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt.
**2..** Indien de machtiging wordt verleend nadat de belastingaanslag is verzonden, worden alle op dat moment vervallen termijnen bij het eerstvolgende incassomoment ingevorderd.
**3..** Indien er tijdens de incassoperiode een vermindering op de belastingaanslag wordt verleend, wordt het bedrag van de vermindering in mindering gebracht op de resterende termijnbedragen.
**4..** In afwijking van het eerste lid geldt dat ingeval de dagtekening van de aanslag valt na het kalenderjaar, wordt het aantal incasso termijnen bepaald op twee.
**5..** In afwijking het eerste lid, indien de aanslagen in april of later in het belastingjaar worden opgelegd, is het aantal betaaltermijnen gelijk aan de nog in het belastingjaar overblijvende volle kalendermaanden plus twee maanden, met een maximum van negen termijnen.