Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › § 5

Artikel 5.3

Vervanging

Onderdeel van Organisatiebesluit gemeente Ridderkerk 2008

1.. Bij afwezigheid vervangen de algemeen directeur en de programmadirecteur elkaar onderling. 2.. Een afdelingshoofd wijst één of meer medewerkers binnen zijn afdeling aan die als plaatsvervanger optreden gedurende zijn afwezigheid. 3.. Bij verhindering vervangen afdelingshoofden elkaar onderling in bijeenkomsten van het breed management overleg. § 6 Vaststelling en ingangsdatum Artikel 6.1 Overgangs- en slotbepalingen Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het is bekendgemaakt. Het Organisatiebesluit gemeente Ridderkerk 2006, met budgethoudersregeling, zoals vastgesteld op 29 juni 2006 wordt ingetrokken met ingang van de datum, waarop dit besluit in werking treedt. Daar waar in relevante regelgeving “dienst” en “directeur” is vermeld, moet worden gelezen “afdeling” en “gemeentesecretaris/algemeen directeur”. Artikel 6.2 Citeertitel Dit besluit kan worden aangehaald als “Organisatiebesluit 2008”. Ridderkerk, 8 januari 2008 Het college van burgemeester en wethouders voornoemd, de secretaris, de burgemeester, Toelichting Organisatiebesluit gemeente Ridderkerk 2008. Algemeen De betekenis van de organisatorische begrippen is uitgewerkt in artikel 0.1 van dit besluit. In de Ridderkerkse situatie is de gemeentesecretaris tevens algemeen directeur. Bij de opbouw van het organisatiebesluit is daarom onderscheid gemaakt in taken die op grond van de Gemeentewet aan de gemeentesecretaris zijn opgedragen en taken die zijn aan te merken als leiding van de ambtelijke organisatie. In het organisatiebesluit is tevens een paragraaf omtrent budgethouderschap opgenomen. In het besluit is de werkwijze omtrent het aangaan en vastleggen van verplichtingen opgenomen. § 2 Instructie gemeentesecretaris Bestuursopdrachten worden uitsluitend door tussenkomst van de gemeentesecretaris in de ambtelijke organisatie uitgezet. § 3 Overige functies Het hoofd van een ondersteunende afdeling heeft een eigen adviesverantwoordelijkheid naar de algemeen directeur en zonodig naar het college ten aanzien van de inhoud van de tot zijn vakgebied behorende onderwerpen. § 4 Budgethouderschap In deze paragraaf zijn de aanwijzing en de taken en bevoegdheden van budgethouders en -beheerders vastgelegd. Ook is in deze paragraaf opgenomen op welke wijze “geschoven” kan worden met budgetten. In tegenstelling tot de ingetrokken budgethoudersregeling is nu opgenomen wat een budgethouder of -beheerder wel mag. Dat houdt in dat wat er niet staat, niet is toegestaan. De aanwijzing van budgethouders gebeurt niet op naam, maar als functionaris. (art. 4.1) De budgethouder of -beheerder heeft de mogelijkheid om, als hij dat zelf nodig vindt, aangegane verplichtingen onder een bedrag van € 2.500,-- vast te leggen, daarboven is dit een verplichting (art.4.2). Artikel 4.3. regelt hoe de budgethouders bij budgetafwijkingen (mee- en tegenvallers) moeten handelen. De hoofdregel is hierbij dat alle (jaar)budgetten en kredieten taakstellend zijn. Budgethouders dienen zich dan ook tot het uiterste in te spannen om de programmabegroting en productenraming uit te voeren binnen de toegewezen budgetten of kredieten. Dit houdt ook in dat budgethouders tegenvallers moeten zien te voorkomen. In de praktijk van de begrotingsuitvoering spelen echter talloze interne en externe factoren een rol. Deze kunnen leiden tot het ontstaan van afwijkingen. De post onvoorzien is beschikbaar voor het opvangen van incidentele tegenvallers. Een budgethouder dient zich te realiseren welke politieke en bestuurlijke gevolgen zijn handelen, binnen de hem gegeven bevoegdheden en verplichtingen, kan hebben voor het college of de verantwoordelijke bestuurder. Voordat dan ook een beslissing in politiek of bestuurlijk gevoelige zaken kan worden genomen, dient eerst overleg plaats te vinden tussen de budgethouder, de algemeen directeur en de verantwoordelijke bestuurder(s). Op welke wijze afwijkingen aan de raad worden voorgelegd (raadsvoorstel via programmamonitor, afzonderlijk raadsvoorstel of kadernota/programmabegroting) hangt af van de aard van het voorstel (politieke relevantie) of de hoogte, dan wel de aard van het bedrag (incidenteel of structureel). Uiteindelijk beslist de algemeen directeur in overleg met het college/de verantwoordelijke bestuurder(s). § 5 Overlegvormen en vervanging In deze paragraaf is de vervanging bij afwezigheid van de directeuren en afdelingshoofden opgenomen. § 6 Overgangs- en slotbepalingen Het derde lid van artikel 6.1 is opnieuw opgenomen, omdat niet valt uit te sluiten dat nog gemeentelijke regelgeving van toepassing is waarin de termen “dienst” en “directeur” wordt gebruikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel