**1..** Bij afwezigheid vervangen de algemeen directeur en de
programmadirecteur elkaar onderling.
**2..** Een afdelingshoofd wijst één of meer medewerkers binnen zijn
afdeling aan die als plaatsvervanger optreden gedurende zijn
afwezigheid.
**3..** Bij verhindering vervangen afdelingshoofden elkaar onderling in
bijeenkomsten van het breed management overleg.
§ 6 Vaststelling en ingangsdatum Artikel 6.1 Overgangs- en
slotbepalingen
Dit besluit treedt in werking op de dag nadat het is
bekendgemaakt.
Het Organisatiebesluit gemeente Ridderkerk 2006, met
budgethoudersregeling, zoals vastgesteld op 29 juni 2006
wordt ingetrokken met ingang van de datum, waarop dit
besluit in werking treedt.
Daar waar in relevante regelgeving “dienst” en
“directeur” is vermeld, moet worden gelezen “afdeling”
en “gemeentesecretaris/algemeen directeur”.
Artikel 6.2 Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als “Organisatiebesluit
2008”.
Ridderkerk, 8 januari 2008
Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,
de secretaris, de burgemeester,
Toelichting Organisatiebesluit gemeente Ridderkerk
2008.
Algemeen
De betekenis van de organisatorische begrippen is uitgewerkt in
artikel 0.1 van dit besluit.
In de Ridderkerkse situatie is de gemeentesecretaris tevens
algemeen directeur. Bij de opbouw van het organisatiebesluit is
daarom onderscheid gemaakt in taken die op grond van de
Gemeentewet aan de gemeentesecretaris zijn opgedragen en taken
die zijn aan te merken als leiding van de ambtelijke
organisatie.
In het organisatiebesluit is tevens een paragraaf omtrent
budgethouderschap opgenomen. In het besluit is de werkwijze
omtrent het aangaan en vastleggen van verplichtingen opgenomen.
§ 2 Instructie gemeentesecretaris
Bestuursopdrachten worden uitsluitend door tussenkomst van de
gemeentesecretaris in de ambtelijke organisatie uitgezet.
§ 3 Overige functies
Het hoofd van een ondersteunende afdeling heeft een eigen
adviesverantwoordelijkheid naar de algemeen directeur en zonodig
naar het college ten aanzien van de inhoud van de tot zijn
vakgebied behorende onderwerpen.
§ 4 Budgethouderschap
In deze paragraaf zijn de aanwijzing en de taken en bevoegdheden
van budgethouders en -beheerders vastgelegd. Ook is in deze
paragraaf opgenomen op welke wijze “geschoven” kan worden met
budgetten. In tegenstelling tot de ingetrokken
budgethoudersregeling is nu opgenomen wat een budgethouder of
-beheerder wel mag. Dat houdt in dat wat er niet staat, niet is
toegestaan.
De aanwijzing van budgethouders gebeurt niet op naam, maar als
functionaris. (art. 4.1)
De budgethouder of -beheerder heeft de mogelijkheid om, als hij
dat zelf nodig vindt, aangegane verplichtingen onder een bedrag
van € 2.500,-- vast te leggen, daarboven is dit een verplichting
(art.4.2).
Artikel 4.3. regelt hoe de budgethouders bij budgetafwijkingen
(mee- en tegenvallers) moeten handelen. De hoofdregel is hierbij
dat alle (jaar)budgetten en kredieten
taakstellend zijn. Budgethouders dienen zich dan
ook tot het uiterste in te spannen om de programmabegroting en
productenraming uit te voeren binnen de toegewezen budgetten of
kredieten. Dit houdt ook in dat budgethouders tegenvallers
moeten zien te voorkomen. In de praktijk van de
begrotingsuitvoering spelen echter talloze interne en externe
factoren een rol. Deze kunnen leiden tot het ontstaan van
afwijkingen. De post onvoorzien is beschikbaar voor het opvangen
van incidentele tegenvallers.
Een budgethouder dient zich te realiseren welke politieke en
bestuurlijke gevolgen zijn handelen, binnen de hem gegeven
bevoegdheden en verplichtingen, kan hebben voor het college of
de verantwoordelijke bestuurder. Voordat dan ook een beslissing
in politiek of bestuurlijk gevoelige zaken kan worden genomen,
dient eerst overleg plaats te vinden tussen de budgethouder, de
algemeen directeur en de verantwoordelijke bestuurder(s).
Op welke wijze afwijkingen aan de raad worden voorgelegd
(raadsvoorstel via programmamonitor, afzonderlijk raadsvoorstel
of kadernota/programmabegroting) hangt af van de aard van het
voorstel (politieke relevantie) of de hoogte, dan wel de aard
van het bedrag (incidenteel of structureel). Uiteindelijk
beslist de algemeen directeur in overleg met het college/de
verantwoordelijke bestuurder(s).
§ 5 Overlegvormen en vervanging
In deze paragraaf is de vervanging bij afwezigheid van de
directeuren en afdelingshoofden opgenomen.
§ 6 Overgangs- en slotbepalingen
Het derde lid van artikel 6.1 is opnieuw opgenomen, omdat niet
valt uit te sluiten dat nog gemeentelijke regelgeving van
toepassing is waarin de termen “dienst” en “directeur” wordt
gebruikt.