**1..** Een ondersteuningsbehoefte kan door of namens een ingezetene worden gemeld bij het college.
**2..** Het college bevordert maximale toegankelijkheid voor alle inwoners die een melding willen doen van een ondersteuningsbehoefte.
**3..** Het college registreert en bevestigt de ontvangst van de melding en informeert de cliënt over de gang van zaken na de melding, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure.
**4..** Het college zal naar aanleiding van de melding nagaan waar de behoefte aan ondersteuning van de cliënt en diens mantelzorger uit bestaat.
**5..** Als naar het oordeel van het college een onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2. van de wet nodig is, of de cliënt geeft aan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening te willen doen, zal de cliënt of zijn vertegenwoordiger alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, overleggen of anderszins verschaffen.
**6..** Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid om, voordat het onderzoek van start gaat, binnen zeven dagen na de melding, bedoeld in het eerste lid, een persoonlijk plan te overhandigen.
**7..** Indien de cliënt of de ondersteuningsvraag genoegzaam bekend is, kan de medewerker in afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een onderzoek.
**8..** Bij het onderzoek wordt de cliënt geïnformeerd over de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget en de gevolgen daarvan.
**9..** In spoedeisende gevallen treft het college na de melding als bedoeld in het eerste lid onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomsten van het gesprek als bedoeld in artikel 2.3 van de verordening.
**10..** Het college kan nadere regels stellen omtrent de toegangsbeoordeling als bedoeld in dit hoofdstuk.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1